Wat is groene stroom?

Groene stroom werd rond het jaar 2000 geïntroduceerd en zou een enorm verschil gaan maken in de manieren waarop consumenten stroom zouden gebruiken, en hoe leveranciers van stroom de energie in zouden kopen. Het werd gebracht als een revolutie, maar de echte revolutie kwam eigenlijk nooit echt op gang. Tot het jaar 2005 was het een succes, maar dit had vooral te maken met de subsidie die door de Nederlandse overheid gegeven werd waardoor de prijs goedkoper of hetzelfde werd als van de zogenaamde grijze stroom. Tegenwoordig is de staat zelf de grootste afnemer, en wordt er voor de rest zoveel mogelijk energie duurzaam geproduceerd. Desalniettemin is het grootste gedeelte nog altijd afkomstig uit biomassa, wat niet direct de meest duurzame oplossing is die voorhanden is.

Groene stroom en duurzame opwekmethoden

Groene stroom is stroom die opgewekt is op duurzame manieren. Dat kan door wind, water of zon, of één van de andere duurzame opwekmethoden. Het is hierbij van groot belang dat de methoden die gebruikt worden, niet belastend zijn voor het milieu en daarnaast moeten de bronnen oneindig zijn. Is de bron niet oneindig, of belast deze het milieu, dan kunnen we net zo goed doorgaan met de fossiele brandstoffen immers. Maar het grootste gedeelte komt nog altijd van de biomassa. Gaat dat veranderen?

Het is lastig om voorspellingen te doen over de toekomst met het oog op de energie. Het is namelijk een punt dat veel ter discussie staat. Water levert op dit moment al veel energie op, maar het is onmogelijk om dit volledig te exploiteren om aan de behoefte te voorzien, zonder daarbij schade te berokkenen aan het milieu. Wind en zon zijn flink in opmars maar leveren op dit moment nog niet genoeg op om aan de vraag te kunnen voldoen. We kunnen dus niet op 100% groene stroom gaan leven, omdat dit niet geleverd kan worden. En dan houdt het allemaal een beetje op.

Is dat nodig dan?

De doelstelling van de Nederlandse overheid is om in 2020 20% van de energievoorziening duurzaam te hebben. En laten we eerlijk zijn, een streven van 100% is zo goed als onmogelijk. Dat een land als Zweden al ruim over de 50% zit, is geen vergelijkingsmateriaal. Alle rivieren en grote open vlaktes zorgen ervoor dat daar veel meer gedaan kan worden, dat kan niet in drukbezette gebieden zoals Nederland en België. Wanneer hier een percentage behaald kan worden dat rond de 20% ligt, zijn we al een flink eind op weg naar een wereld die een stuk duurzamer was dan de situatie voorheen was.

Experts wijzen erop dat landen als Nederland nooit zelf aan de 100% hoeven te komen. Zolang Denemarken en Zweden een groot gedeelte duurzaam kunnen produceren, is de kans groot dat dit kan stijgen door de inspanningen van bedrijven zoals Vattenfall (Nuon). Wanneer er teveel energie duurzaam geproduceerd kan worden door landen met ruimte, zoals Scandinavië, maar ook Spanje en Italië, dan kan de rest van de energie doorstromen naar de landen die niet de mogelijkheid hebben om zelf windmolens of waterkrachtcentrales te plaatsen. Die oplossing zou bijkans nog het meest haalbaar moeten zijn in de toekomst.